Laatste nieuws: Enzo Knol zit in quarantaine

Beauty Body Fan Fiction Fashion Lifestyle

Hoofdstuk 10

LUNA

Over vijftien minuten moet ik in de loods zijn. Mijn moeder zou een half uur geleden vertrekken naar haar werk, maar ze zit nog steeds in de woonkamer. Ik wilde gaan als ze weg zou zijn, zodat ze er niks van weet, maar nu moet ik wel. Als ik nog langer wacht, kom ik te laat. In de gang trek ik mijn jas en mijn schoenen aan en loop dan naar de woonkamer. 

‘Ik ga nog even naar Melle. Ik ben wat vergeten,’ zeg ik tegen haar. 

Mijn moeder kijkt op van haar telefoon. ‘Nu nog? Kan dat niet wachten tot morgen?’

Ik schud mijn hoofd. ‘Hij heeft mijn boek Duits en ik heb morgen een toets. Hij heeft hem geleend tijdens de les, maar hij is hem vergeten terug te geven.’

‘Oké, maar wel opschieten. En neem een sleutel mee, ik ga zo werken.’ 

‘Is goed. Werk ze.’

‘Slaap lekker alvast.’ 

Ik schenk haar nog snel een glimlach en haast mij dan de deur uit. Het is tien minuten lopen naar het industrieterrein. Op de fiets is het sneller, maar ik heb geen zin om die helemaal uit de schuur te halen. Bovendien, van lopen krijg je het sneller warm en dat is fijn, aangezien het erg koud is buiten. Ik doe mijn oortjes in en loop naar het industrieterrein toe. Onderweg begint het zachtjes te sneeuwen, wat te verwachten is voor deze tijd van het jaar. Over twee weken is het Kerstmis, hopelijk ligt er dan een laagje sneeuw. Niets is leuker dan een witte kerst. 

Het industrieterrein waar de loods zich bevindt, heeft een rare sfeer. Het is inmiddels donker en het voelt niet prettig om hier te lopen. Van elk geluidje schrik ik. Waarom heeft Melle deze locatie gekozen? Van alle plekken die hij had kunnen verzinnen, komt hij met een verlaten industrieterrein. Hij had me op zijn minst thuis kunnen ophalen. 

Ik schrik lichtelijk als mijn telefoon gaat. Ik pak mijn telefoon uit mijn jaszak en zie dat Noelle belt. Vlug neem ik op. 

‘Hey,’ zeg ik. 

‘Hey, mag ik je wiskunde huiswerk overschrijven? Ik snap er echt geen bal van.’

‘Ja, is goed. Ik kan nu alleen geen foto’s sturen, want ik ben niet thuis.’

‘Waar ben je dan?’

‘Op het industrieterrein, loods 9. Date met Melle,’ zeg ik haastig. Ik ben bijna bij de loods. ‘Ik moet zo ophangen,’ voeg ik eraan toe. 

‘Wat cute! Veel plezier. Stuur die foto’s maar als je thuis bent en anders komt het morgenochtend wel op school.’

‘Komt goed. Tot morgen!’

‘Bye!’

Ik stop mijn telefoon terug in mijn jaszak en kijk dan naar de deur van de loods. Er is geen enkel signaal dat Melle hier is. Ik hoop dat Melle er toch is en dat er een tafeltje staat met daarop kaarsen en lekker eten. Ik schuif de deur van de loods open met alle kracht die ik heb en mijn stemming zakt meteen naar het nulpunt. Het is helemaal donker. Er is geen teken van Melle. Ik begin steeds meer het gevoel te krijgen dat deze kaart niet van Melle was. Mijn telefoon pak ik uit mijn zak en zet de zaklamp aan. Ik schijn rond in de loods, maar het enige wat ik zie is roestig staal. Mijn hart begint sneller te kloppen in mijn borstkas. Ademen gaat steeds moeilijker, de zenuwen nemen de controle over mijn hele lichaam over. Waar in hemelsnaam is Melle?

‘Melle?’ roep ik hard door de loods heen. Het galmt door de loods, maar ik krijg geen reactie. ‘Hallo? Melle, kom op. Dit is niet grappig!’ Ik loop verder de loods in, maar er is niks. ‘Melle!’

‘Niet helemaal,’ hoor ik een kille stem achter mij zeggen. 

Ik voel mijn nekharen omhoog springen. Met een ruk draai ik mij om. In de deuropening staat een vrouw in een donkere outfit. Haar blonde haar zit perfect in de krul of er zit heel veel haarlak in dat het zo goed op zijn plek blijft staan.

Ik slik even. ‘Moet ik u kennen? Ik wacht op iemand.’

Ze lacht even en doet een paar stappen in mijn richting. ‘Ja, op mij,’ haar stem klinkt diep. Ze trekt de deur van de loods achter zich dicht en komt dichter naar mij toegelopen. 

Iets in mij zegt dat ik heel hard moet rennen, maar mijn benen willen niet. Ik sta als bevroren aan de grond genageld. 

Verbaasd kijk ik de vrouw aan. ‘Nee, dat klopt niet. Ik wacht op mijn vriendje, Melle.’

De vrouw begint harder te lachen, het klinkt gemeen. ‘Meid, die gozer geeft niks om je. Bovendien, wie denk je dat die kusjes op de kaart heeft gezet?’

Hoe weet zij dat? Hoe weet zij van die kaarten af? ‘Hoe…’

‘Je vriend is geen romanticus. Het is geweldig hoe je dat zelf niet door hebt gehad.’

Ik doe een paar stappen naar achter, terwijl de vrouw mijn richting op loopt. Hoe had ik zo stom kunnen zijn? Ik had kunnen weten dat Melle dit niet had gedaan. Hij zou er wat van gezegd hebben en hij had het niet kunnen verbergen, maar ik moest zo nodig geloven dat Melle een hopeloze romanticus is, die dingen probeert goed te maken met zijn vriendin. Ik had beter moeten weten, dan had ik niet in deze situatie gezeten. Mijn hart begint sneller te kloppen, bang voor wat er straks gaat gebeuren. Wat wil ze van mij?  

‘Waarom ben ik hier?’ vraag ik zachtjes. 

De vrouw grijnst. Een rilling loopt over mijn lichaam. 

‘Omdat we je nodig hebben.’

Ik had naar Noelle moeten luisteren en haar moeten geloven dat de teksten creepy waren. 

Ze doet een stap naar voren. 

Ik gil en begin te rennen, maar haar arm grijpt richting mijn nek en in één beweging heeft ze mij vast. Mijn hart raast honderd kilometer per uur als ik tegen haar word aangedrukt. Haar hand slaat over mijn mond. Mijn borst gaat op en neer van angst. Ze duwt mij vooruit met haar greep nog strak om mijn mond en nek. Ik word tegen een ijzeren paal aangeduwd, terwijl haar lichaam tegen mijn rug drukt. Zij haalt haar hand voor mijn mond weg en ik probeer mijn ademhaling onder controle te krijgen. Ik ben bang om te schreeuwen. Wat als ze mij gaat vermoord?

‘A…alsjeblieft, laat m…me gaan,’ stotter ik zachtjes en haal diep adem. 

Met haar rechterhand graait ze in haar zak. Ik kan niet zien wat ze aan het doen is, maar ik ben bang voor het ergste. Vragen razen door mijn hoofd, vragen waar ik geen antwoord op heb. Straks pakt ze een pistool uit haar zak en schiet mij neer. En waarom? Wat heb ik haar aangedaan? Wat heb ik iemand ooit aangedaan? Ik ken deze vrouw niet. Ik kan mij sowieso niet voorstellen dat ik iemand zo heb gekwetst dat ze mij dood willen hebben. Met heel mijn hart hoop dat ik iemand, maar dan ook iemand, deze loods binnenkomt en mij helpt, de redder in nood. Maar zoiets gebeurt alleen in sprookjes of films. Dit is het echte leven. Het industrieterrein is ’s avonds nagenoeg verlaten. Het is de perfecte plek om iemand te vermoorden. Ik voel een traan over mijn wang rollen. Dit is het dan, mijn einde. Dit is waar ik sterf. 

De vrouw trekt een witte doek uit haar zak die er een beetje vochtig uitziet. Oh god, hier gaan we dan. 

‘Ik zou willen dat het kan, meisje,’ mompelt ze, terwijl ze de doek naar mijn mond en neus brengt. 

Ik probeer uit haar greep te ontsnappen, terwijl ze de doek richting mijn gezicht beweegt, maar ze is te sterk. Ik ruik de chemicaliën en realiseer me dat ik elk moment out kan gaan. Ik kijk naar de vrouw. Je zou haar passeren op straat en nooit verwachten dat ze dit zou doen. Haar kaken staan strak op elkaar geklemd, terwijl ze mij nog stevig vasthoudt.  Nog een traan rolt over mijn wang en vervolgens over haar hand, maar het lijkt haar niets te doen. Mijn ogen blijven gericht op de onbekende vrouw. Dit is het laatste beeld wat ik waarneem voordat ik de strijd verlies en alles zwart wordt voor mijn ogen. 

Dit was het dan echt… het laatste hoofdstuk van ‘Verborgen’ dat op Teenmag te lezen is. Wil je nou meer weten over hoe het afloopt met Luna en de angstaanjagende opdracht die Spaze plots krijgt? Bestel het boek dan op www.wijzijnspaze.nl of vraag het aan je ouders, opa of oma door de slimme highlights op de Instagram van @wijzijnspaze te gebruiken. Heel veel leesplezier! Liefs Melle, Alessio, Rami, Mathijs en Marco.

Reageren

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

Reacties

Nog geen reacties

Soortgelijke berichten